Waarom deze site?

Structuurbrengers en droomdoeners. Waar gáát het over?

Ik kan me zo’n reactie goed voorstellen. Daarom een korte toelichting. Mocht ik niet duidelijk zijn, dan kun je altijd een post achterlaten, dan kan ik mogelijk een en ander verder verduidelijken.

Allereerst: ethiek is een onderwerp waar vaak wat vreemd tegenaan gekeken wordt, terwijl het de normaalste zaak van de wereld is. Zeker 50% van onze beslissingen hebben op de een of andere manier met ethiek te maken. Innovatie en ethiek zouden wat mij betreft als twee handen op een buik mogen zijn. Ze hóren bij elkaar.

Structuurbrengers zijn mensen die – laat ik me tot de professionele loopbaan beperken – erop gericht zijn om structuren te bedenken en waar mogelijk in te voeren. Dat kan op alle mogelijke gebieden, taken definieren en aan mensen/afdelingen toebedelen. Afdelingen? Ook weer een structuur, waarboven een ‘manager’ staat, een taakverdeling geldt en in- en output specificaties van kracht zijn. Voorts kom je dingen tegen als logistiek, kwaliteitsdefinities en protocollen, budgetronden, functioneringsgesprekken en ga maar door. (plaat: Nieuwe Baarnse School)

Allemaal structuren, bedenksels eigenlijk, die het heel goed doen in situaties die goed voorspelbaar zijn, rustige marktcondities, klanten willen wat ze gisteren ook wilden en zijn vrij trouw, producten veranderen weinig en die verandering kun je nog plannen ook.

Helaas voor de structuurbrenger is de huidige tijd juist niet voorspelbaar, klanten willen van alles, het is niet te voorspellen wat men morgen wil, maar zeker is dat ze ervoor een scherpe prijs willen betalen. Een andere onvoorspelbaarheid is het gegeven dat vaste dienstverbanden, ooit had 90% van de mensen een vast dienstverband, steeds minder in trek zijn. De ‘baas’ wil zich niet binden en de medewerker vaak ook niet: is er een kans op beter werk of zelfstandigheid, dan zijn ze weg.

Droomdoeners zijn van een heel ander slag. Het enige dat speelt is de visie, een droom, over een product of dienst die er niet is maar wel gewenst is door de – voor dat ‘droomproduct’ nog niet bestaande klant. Omdat het heel moeilijk is om een niet bestaand product aan een ander uit te leggen stellen ze zich vaak wat eigenwijs op: “zie je dat dan niet? Begrijp je niet waarom mijn product zal slagen?” Droomdoeners zijn niet goed in plannen, dat vergt teveel tijd en daarmee wordt de energie afgeleid van het product dat er komen moet. Tegelijk zijn droomdoeners actief. Ze doen er alles aan om hun product vorm en inhoud te geven; het blijft dus niet bij dromen alleen. Die activiteiten zien er voor de toeschouwer nogal ongestructureerd uit, nu is men hier mee bezig en even later met iets anders. Het idee blijft echter centraal staan. Dat wijkt niet. Plaat: Artifuldialogue

Inderdaad, twee heel verschillende ‘personen’.

Wil je iets bereiken, dan is een zekere balans tussen structuurbrengers en droomdoeners noodzakelijk. En het bereiken van een goede balans is zo ongeveer het moeilijkst wat er is, want de structuurbrenger wil de droomdoener in een structuur onderbrengen en tegelijk de risico’s inperken en de droomdoener wil de structuur juist de deur uit hebben, wil zich onbelemmerd op zijn idee richten. De een gruwt van de ‘ideale werkomstandigheden’ van de ander.

In NL wordt het bedrijfsleven gedomineerd door structuurbrengers. Dit is in de USA overigens ook het geval, maar daar heeft men de afgelopen jaren – vaak doordat men de boot compleet miste – geleerd dat men meer oog moet hebben voor innovatie. De acceptatie voor droomdoeners is daar een stuk groter. Hier wordt er een beetje lacherig over gedaan, denk aan het tv programma ‘het beste idee van Nederland http://www.hetbesteideevan.nl/‘, terwijl het een programma is dat op alle mogelijke manieren navolging verdient. Daarom komt baanbrekende innovatie in NL zo moeilijk van de grond, het is te weinig concreet (denkt men) en het is toch fröbelen in de marge (denkt men) . Proces en productverbetering is in Nederland vaak wel van goede kwaliteit.

Maar: Te weinig baanbrekende innovatie dus, behalve in een paar sectoren, mode, gaming, landbouw, media en architectuur, maar dat is te weinig. We zouden heel wat innovatiever moeten zijn. Gemakkelijk zal het niet gaan, want waar begin je aan? Kun je structuren eigenlijk wel loslaten en hoe voorkom je dat de droomdoeners alle kanten opschieten? Hoe ‘help’ je innovatoren over de frustratie heen als hun idee het niet haalt? Inderdaad, er komt ook een hoop mensenkennis aan te pas.

Als je kijkt naar de doelstelling van ‘Het beste idee van Nederland’, wat op zich een uitstekend initiatief is, dan lezen we:

Door middel van het innovatieplatform Het Beste Idee van Nederland streeft de stichting naar;

  • het vergroten van innovatieve kennis in Nederland
  • inzichtelijkheid in het innovatieproces
  • het bieden van ondersteuning voor het MKB bij het ontwikkelen van producten
  • het bevorderen van de samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven

Daarmee worden verschillende soorten van innovatie goed bediend, met name de – bereikbare – innovaties binnen bedrijven, dus in het verlengde van wat ze al deden. Wat er ook hier weer flink bekaaid vanaf komt, sorry, maar het moet maar gezegd, is de grensverleggende innovatie, daar gaat het in dat programma niet over en dat zou, mijns inziens, een waardevolle uitbreiding/toevoeging zijn. Nu blijft het een tussen-de-schuifdeuren-innovatie en dat is leuk en amusant voor de kijker, maar beslist niet voldoende om Nederland op weg te helpen naar de top (waar het als je kijkt naar de inkomenspositie en de beschikbare kennisbasis gewoon zou moeten zitten). Het zijn trouwens wel droomdoeners die aan dat programma meedoen, maar ze dromen te bescheiden en ze trekken te kleine schoentjes aan en dan kom je nooit aan de echte baanbrekende innovaties toe. Nooit.

Je ziet ook dat dit soort schuifdeur-innovaties weinig met ethiek te maken heeft, het zijn technische slimmigheden die een vrij klein bereik zullen hebben. Maar innovaties als Google, Facebook, Youtube, LinkedIn, hebben daarentegen álles met ethiek te maken. Vraag dat maar eens aan al die landen-in-beweging in het Midden-Oosten… De internet-generatie roert zich! En ik reken erop dat China ook aan de beurt komt, misschien niet morgen, maar dat houd je ook daar niet meer tegen. Dit soort grensverleggende innovaties – en de meeste zijn niet ouder dan 5-6 jaar! – draagt stevig bij aan een globale invulling van ethiek, los van landen, plaatselijke mores en religieuze- en politieke stromingen. En dat is echt nieuw! … en fantastisch om mee te maken…

Terug naar de grensverleggende innovatie.

NB: a) van de 100 ideeen wordt er 1 wellicht succesvol, je moet als droomdoener dus tegen een stootje kunnen en b) je zult het met minimale middelen moeten doen, pas als het idee voldoende vorm heeft en er belangstelling voor bestaat kan de beurs getrokken worden.

Te weinig baanbrekende innovatie dus, onbalans tussen structuurbrengers en droomdoeners.

Als je op internet zoekt op innovatie/innovation dan kan gemakkelijk de conclusie getrokken worden: Innovatie = Amerika. Heel veel sites, ik heb een paar links op deze site geplaatst, maar het is ondoenlijk om ook maar een beetje compleet te zijn. Je komt in Amerika alle mogelijke soorten innovatie tegen, van proces en structuur verbetering, via product en dienstverlening-innovatie tot de lastigst grijpbare van allemaal, de baanbrekende innovaties. Van die laatste soort is er de afgelopen 10 jaar enorm veel op de markt gekomen. Internet wordt volkomen gedomineerd door dit soort innovaties. Hele industrietakken zijn door deze vernieuwingen van de grond getrokken, kijk maar naar de iPad/iPhone en alle apps eromheen. Complete internationale bedrijfstak. En als je kijkt wat er daar in de pijplijn zit, dan  is de stelling gerechtvaardigd dat ‘we nog niks gezien hebben’. Grappig, dat logo van MIT, de werker en de denker, haast hand in hand. Bij de droomdoener zijn die twee rollen in een persoon verenigd.

In Nederland zie je al wat – behoorlijk desastreuze – gevolgen aan de ‘bovenkant’ van de studentenpopulatie. Dé groep mensen die we hard nodig hebben om onze positie te handhaven en liefst te versterken. Steeds meer zie je dat uitstekende en creatieve studenten er alles aan proberen te doen om hun studie voort te zetten bij de grote Amerikaanse universiteiten als Yale, Stanford, Carnegy Mellon en vooral MIT. Waarom? Omdat zowel binnen deze instituten als naderhand, als men afgestudeerd is, er allerlei op innovatie gerichte groepen in stand blijven waar men vrijelijk ideeën en aanpakken met elkaar uitwisselt. Die instituten verschaffen daarmee een soort familie-gevoel, je hoort er helemaal bij, ook als je al lang afgestudeerd bent. Ongetwijfeld, ik weet het zeker, worden hiermee broedplaatsen voor innovatie gecreëerd en in stand gehouden. Jaloersmakend. En nee, daar wordt niet hard gelachen om zolderkamerende adolecenten, daar is men juist heel trots op. En terecht!

NB: 80% van het Nederlandse bedrijfsleven bevindt zich tussen positie 1 en 2. Zie verder: http://www.vhcbv.com/gocu-for-innovation

Vooral baanbrekende innovaties (positie 4 in bovenstaand schema, 5-7% van de Nederlandse bedrijven) zijn belangrijk om een vooraanstaande rol op het economische toneel te (blijven) spelen, anders ben je niet meer dan een volger en dat betekent dat je marges een heel stuk lager zullen zijn, want volgen is niet zo moeilijk en iedereen doet eraan mee, als lemmingen. Dit soort grensverleggende innovaties is zo compleet anders dan wat je binnen bedrijven en instituten ziet, dat die broedplaatsen misschien wel de enige manier zijn. Het klinkt gek, maar een bedrijf is te klein en tegelijk te groot. Ja, je kunt, nee, je móét kijken naar al die garages en zolderkamertjes waar dit soort innovaties ‘geboren worden’, maar ook daarvoor is het klimaat in Amerika veel beter. Hier wordt er lacherig over gedaan, maar over de Grote Plas is het volkomen normaal en geaccepteerd. Het een, de actieve rol van universiteiten, heeft met het ander, die kleine zolderkamertjes, te maken. Veel innovatoren komen van die universiteiten af en hebben een groot netwerk, waar men met vragen altijd terecht kan. (Grensverleggende) Innovatie is volkomen normaal in Amerika en dat is hier in Nederland beslist niet het geval. Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg is een motto dat ons als handeldrijvende natie ver gebracht heeft. Tot nu toe dan. Nu is er plaats voor een nieuw motto (en voor een nieuw elan):

Vraag u af: welke van deze innovaties zal het redden?

Image uit: openinnovators.net (klik op de afbeelding om de indrukwekkende lijst te kunnen lezen..)

Doe gek, spring uit je keurslijf en innoveer bij de wilde beesten af.
En… laat je niet ontmoedigen als iets niet lukt, dat zul je nog wel vaker meemaken ook. En als je ondanks de frustratie toch volhoudt, ja dan…

Lijkt een overdreven spreuk. En de tweede is veel te lang Carel… OK, geef ik toe: kom maar met een betere…

Ik denk dat ik nog veel te voorzichtig en bescheiden ben eigenlijk…

Daarom deze site.

Carel van Heugten

Leave a Reply