2015-2020: Samenhang en menselijke maat

Om een toekomstspiegel te schetsen is het raadzaam eerst terug te kijken. Wie zijn geschiedenis niet kent is verplicht deze over te doen is hier het motto. Ik ga dat op een andere manier doen dan gebruikelijk is in de geschiedenisboeken. Ik kijk op evolutionaire schaal. De reden is dat we te weinig beseffen hoe kort we nog maar een samenleving als de onze hebben. Vanaf het begin van de mensheid tot nog maar 10.000 jaar geleden leefden mensen in plaggenhutten en grotten, met niet veel meer dan speer en vuistbijl om de wilde dieren – en rivaliserende stammen – van zich af te houden. Het leven bestaat volgens de laatste inzichten zo’n 4,5 miljard jaar en tegen dat getal is die 10.000 jaar natuurlijk helemaal niks. Je kunt de opkomst en overheersing van het menselijk ras op de geologische tijdschaal dus vergelijken met de groei van een paddenstoel, dat gaat ook met een noodvaart en de paddenstoel krijgt nog maar net de tijd om zijn zaadjes (veel) te verspreiden, want alras verschrompelt de stoere boleet. Wij zijn met 7 miljard en alleen al dat aantal zou de nodige klokken moeten doen luiden. Nog geen 60 jaar geleden waren dat er nog geen 3 miljard.

Op zich staat die bevolkingstoename los van de ontwikkelingen in Europa, alhoewel ze wel een ‘betekenisvolle achtergrond’ vormt die de onbalans-beweging versterkt. Zo is er de verwachting dat Afrika deze eeuw een bevolkingsexplosie zal kennen en dat zal de druk op Europa om meer mensen uit dat continent toe te laten alleen maar doen toenemen. Daarmee dus de ‘Onbalans leidt tot meer Onbalans’ spelregel faciliterend.

Waar we als mens wel en niet toe in staat zijn, onze samenwerking met anderen, onze communicatie, tolerantie en acceptatie van andersdenkenden, lange termijn visie, ons politieke denken, speelt daarnaast een grote rol. Nogmaals, ik leun enkel op de niet lineaire dynamica en maak gebruik van de dingen die we weten over opkomst en ondergang van samenlevingen en (menselijke) evolutie. Ik probeer het aantal voorbeelden beperkt te houden, anders wordt het een (nieuw) boek en dat is niet mijn bedoeling. Voorts ga ik niet in op alle politieke en economische beschouwingen, daat zijn bronnen genoeg voor te vinden. Het gaat mij om ‘het totale systeem’, politiek en economie omvattend maar daarnaast nog heel veel meer. Hoeveel posten dit gaat worden? Geen flauw idee.

Razendsnelle ontwikkeling

Bron cartoon. Evolutionair waren wij 10.000 jaar geleden een soort die met eenvoudige werktuigen, levend in kleine groepsverbanden, vorm en inhoud gaf aan ‘maatschappij’ en ‘samenleving’. Iedereen kende iedereen, communicatie was direct van persoon tot persoon en de posities binnen de groep waren duidelijk en werden gerespecteerd. Natuurlijk niet altijd en dan werd de positie uitgevochten, vergelijkbaar met hoe dat bij apen gebeurt. De meeste gemeenschappen hadden een ‘koning’, de hoogste baas, stafleden als de medicijnman, die ziekten moest bestrijden, de magiër die kwade geesten op afstand hield en die goede geesten te vriend moest houden, de steenbewerker die vuistbijlen maakte, de houtsnijder die landbouwwerktuigen maakte en knuppels natuurlijk en zelfs een bakker, want toen werd er al brood gegeten. De samenhang was sterk binnen zo’n leefgemeenschap, ze waren op elkaar aangewezen en ondanks interne geschillen – niet iedereen was vriendjes van iedereen – stond men als één man klaar om de naburige stammen, die op hun land en vrouwen uit was, gewapend met knotsen en speren op afstand te houden. De economie berustte op ruilhandel en rond die tijd werd in toenemende mate gebruik gemaakt van ruilmiddelen, steentjes, waardevolle gebruiksvoorwerpen – de voorloper van ons geld. Allemaal heel zichtbaar. Niks virtueel geld of virtuele producten.

Dit soort leefgemeenschappen kon het lang uithouden. Mits er voldoende vruchtbare grond voorhanden was, genoeg dieren om op te jagen en een voldoende sterke positie ten opzichte van de buren. De meeste gemeenschappen gingen na verloop van tijd op in grotere verbanden. Daardoor was men beter in staat zich te verdedigen en kon de arbeidsdeling effectiever plaatsvinden. Denk aan smeden, houtbewerkers, bakkers, veehouders, landbewerkers. De mens vestigde zich en verliet het nomadenbestaan. De leiding ontwikkelde zich verder, want de grote baas kon niet meer één op één met zijn onderdanen communiceren en dus kwamen er ‘onderbazen’. Een heel belangrijk ‘bindmiddel’ was/werd de cultuur/religie van de stam. Religie maakte het mogelijk om grotere groepen mensen onder een ‘banier’ te scharen en door hetzelfde te geloven kon de stam beter als één man reageren op bedreigingen maar ook op kansen.

Menselijke schaal

Bovenstaande schets laat zien hoe de samenhang ontstond en werd uitgebreid. Alle elementen, de baas, de hiërarchische structuur, de arbeidsdeling, de religie, versterkten elkaar. Wat minstens zo belangrijk is: de schaalgrootte was ‘op menselijke schaal’, iedereen kende iedereen en (bijna) iedereen kon de ander te spreken krijgen. Stabiliserende factoren: Dit soort gemeenschappen waren daarbij nogal beducht voor vreemdelingen, want die konden de samenhang verstoren en ook voor andersdenkenden, want die konden twijfel zaaien. In GOCU termen: deze samenlevingen bevonden zich in Groei en waren, zolang de factoren gunstig bleven, hecht en stabiel. Hoe gingen ze dan toch ten onder? Door conflicten, oorlogen, ziekten, verdwijnen van vruchtbare grond en jachtgebieden onder meer. Soms kon een slecht leider de zaak ook behoorlijk in onbalans brengen, maar als die stierf of verdreven werd kwam de stabiliteit bij een nieuwe leider weer snel terug. Het systeem zelf – en dat omvat alles wat ik hierboven beschreef, bleef in stand.

Als je op afstand terugkijkt dan kun je stellen dat de belangrijkste stabilisatoren ‘in orde’ waren. Religie om mensen onder een cultuur te scharen, leiderschap voor de te nemen beslissingen en menselijke communicatie, waardoor ieder lid bij de groep betrokken bleef. Natuurlijk waren die vroegere mensen onderling ook heel verschillend, maar de mogelijkheden om het met elkaar eens te worden waren veel meer toegesneden op ‘de menselijke maat’ dan nu het geval is.

Zolang de bindende en besturende krachten met elkaar in evenwicht waren gebeurde er niets. De samenleving ontwikkelde zich voorspoedig. Soms bleven die krachten niet in evenwicht, de religie ontwikkelde zich bijvoorbeeld tot een dogmatische en beklemmende lastpak en dat kon ertoe leiden dat de samenleving verstarde, in Uitdoven terecht kwam – in GOCU termen, of dat de repressie leidde tot opstand en rebellie, Onbalans dus. Niet alleen absolutistische religie, maar ook dogmatische politiek vormen een krachtige basis voor Uitdoven. Alles wat een absolute positie krijgt kan tot disbalans leiden. Maar nogmaals, als de bepalende krachten in evenwicht bleven was er weinig aan de hand.

Evolutie

Bron afbeelding. Het gaat erom welke eigenschappen en factoren de mens evolutionair voordeel hebben gebracht. Ik zou hier willen noemen:

  • snel toenemend volume van de hersenen, zelfbewustzijn, taalgevoel, abstract denken, samenwerking
  • in staat om steeds grotere samenlevingsverbanden te doen ontstaan alsmede de daarbij noodzakelijke onderliggende technologie, communicatie, ICT, productie, vervoer, schrift, waardoor de ideeën van enkelingen konden worden verspreid onder velen. En inmiddels communiceren velen met velen, nieuwe mogelijkheden scheppend
  • rationele afwegingen naast emotie, argumentatie, inzicht
  • in staat tot het bedrijven van wetenschap
  • maar ook filosofie, kunst, architectuur

In die onvoorstelbaar korte tijd is de mens de bovenliggende partij geworden, maar we zijn fysiek en mentaal nog wel ongeveer dezelfde als 10.000 jaar geleden. Haal er eentje uit die oertijd, scheer hem, kleed hem netjes aan, leer hem met twee woorden spreken en je kunt hem zo op de stoel van deze of gene manager zetten. Nagenoeg dezelfde als toen dus. Zo snel gaat evolutie niet. Je zou kunnen zeggen dat wij evolutionair achterlopen op de wereld die we zelf vormgegeven hebben. De pijlsnelle technologische ontwikkeling, de schaalgrootte, bevolkingsaantallen vragen in feite een mens die:

  • de langere termijn ten diepste in zijn afwegingen kan meenemen. Niet alleen modelmatig en theoretisch, maar alsof je die lange termijn net zo kunt voelen als de korte termijn
  • in staat is complexe vraagstukken in hun consequenties te doorgronden. Ook hier weer: ten diepste
  • de reikwijdte van zijn handelen kan inschatten en er naar kan leven
  • over wijsheid beschikt en het gebruik daarvan niet beperkt tot het voeren van discussies en het doceren van kennis
  • ten diepste beseft waar we vandaan komen en beseft dat de eigenschappen die de mens de bovenliggende partij maakten niet langer voordeel opleveren

Hieruit is af te leiden waar het (menselijk) systeem in onbalans raakt. Als:

  • het essentieel is/wordt de langere termijn in de maatschappelijke vormgeving mee te nemen
  • complexe vraagstukken de bovenliggende soort vormen en simpele oplossingen niet (meer) voldoende zijn
  • het vermogen van de mens de gevolgen van zijn handelen te doorzien tekort schiet
  • de benodigde wijsheid om de maatschappij te behoeden die van de mens overstijgt
  • het bereikte voordeel tot nadeel wordt

In die vroegere maatschappijen speelde dit niet of nauwelijks. Pas eind 20e eeuw begonnen de ‘systeemgrenzen’ in zicht te komen. Was er geen financiële crisis geweest dan was wel iets anders de aanleiding geweest.

Samenvattend

Nog maar 10.000 jaar geleden leefden mensen in kleine verbanden, waarbij

  • de besturende en culturele krachten redelijk met elkaar in evenwicht waren
  • zowel ‘oud’ als ‘jong’ hadden een functie in de samenlevingen van toen
  • de communicatie voornamelijk één op één was: de sterkste communicatievorm, ook vandaag de dag
  • er eenduidige leiding was en religie een belangrijke culturele moraliteit bewakende en bepalende factor vervulde
  • economie en ruilhandel voor iedereen inzichtelijk waren
  • producten en diensten transparant en snel voor eenieder te begrijpen waren
  • destabiliserend: vooral oorlogen, ziekten, verlies van vruchtbare gronden en jachtgebieden waren aanleiding om stabiliteit te verliezen. En er is heel wat afgevochten. Als er iets de menselijke geschiedenis kenmerkt is het dat wel
  • de maatschappij was naar menselijke maat (en beperkingen) vormgegeven en dat maakte de balanskrachten sterk
  • In GOCU termen: de meest waarschijnlijke positie is hier Groei, maar verschuivende krachten, repressie, overheersende dogmatiek ed. kunnen ook tot Uitdoven leiden

Voor meer info over de geschiedenis van de mens: Marc Vermeersch, Menno kater en natuurlijk Wiki

Belangrijk is vooral dat alle relevante factoren ‘de menselijke maat’ kenden.

Later meer

Carel van Heugten

This entry was posted in Structuurbrengers en droomdoeners and tagged , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply